Plaatsing buiten-unit airco

Installaties die onderdeel uitmaken van een bouwwerk moeten tot dat bouwwerk gerekend worden. Dat staat in de Woningwet artikel 1, lid 3. Een vast opgestelde of ingebouwde airco-installatie is dus onderdeel van het gebouw waarin de installatie wordt geplaatst. Dus wanneer u een airco installeert, verandert er iets aan het gebouw.

Op het moment dat een airco-installatie een buiten-unit heeft, dan neemt het volume van het bouwwerk toe. Airco-installaties met buiten-units zijn dus omgevingsvergunning-plichtig voor bouwen. Zie artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo.

Bestemmingsplan en Vergunningen voor Airco-installaties

Een buiten-unit van de airco-installatie moet ook passen binnen het bestemmingsplan. Als dit niet het geval is, dan moet een vergunning aangevraagd worden om te mogen afwijken van het bestemmingsplan. (strijdig planologisch gebruik, artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo).

Als de buiten-unit op de grond staat en deze niet hoger is dan één meter en de oppervlakte niet meer dan twee vierkante meter is, dan kan de unit onder artikel 2 onderdeel 21 Bor bijlage II eventueel vergunningvrij worden geplaatst. Een buiten-unit van een airco in de voortuin of een naar openbaar gebied gekeerd erfdeel van meer dan één meter hoog gemeten vanaf de begane grond, met of zonder ombouw is dus vergunningplichtig.

Het laatste wat u wil, is dat uw buren niet kunnen slapen van de geluidshinder die uw airco-installatie produceert. Daarom zijn de geluidseisen ook van toepassing op het opnieuw plaatsen van een airco buiten de uitwendige scheidingsconstructie, in geval van het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. Dit betekent dat als een airco wordt geplaatst bij een bestaande woning er ook voldoen moet worden aan de eis van 40 dB uit het Bouwbesluit 2012. 

Wij kunnen handhavend optreden als blijkt dat na het plaatsen van de airco-installatie er sprake is van geluidshinder. Dit kan op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Daarin is in artikel 4.6 de volgende bepaling opgenomen:

Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

Daarnaast kunnen buren ook civielrechtelijke stappen ondernemen op basis van artikel 5:37 Burgerlijk Wetboek. Daarbij moet echter wel aangetoond worden dat de hinder van de airco-installatie als onrechtmatig aangemerkt kan worden.