Verhaal van Marieke Roos en burgemeester tijdens de onthulling Lichtmonument

Marieke Roos

Vandaag zijn vele wereldleiders bijeen geweest in Auschwitz om de bevrijding van dit kamp, 75 jaar geleden, te herdenken. Daarmee herdenken we vandaag  tevens de Holocaust, ook wel Shoah genoemd en veel omvattender dan wat er in Auschwitz gebeurde. Hiernaast ligt het monument ‘Levenslicht’. Het aan en uitgaan van het licht verbeeldt de hartslag. De hartslag van hen die in de holocaust zijn omgekomen en de komende tijd als het ware weer tot leven geroepen worden. Opdat we niet vergeten.

Hoe kon zoiets ontstaan?

In 1933 grijpt Hitler de macht en weet vanaf dag één het joodse bevolkingsdeel langzaam aan buiten de maatschappij te plaatsen. Wie jood is wordt bepaald door de rassenwetten. Joden mogen alleen nog onder elkaar trouwen. Het einde van het wederzijds respect, essentieel in het onderlinge menselijke verkeer. De meeste joden realiseren het zich (nog) niet, maar dit is het begin van het einde. Voor Hitler het begin van de Endlösing, de eindoplossing van zijn grootste probleem: het door hem geachte joodse gevaar voor Europa.

Duitsers wordt afgeraden in Joodse winkels te kopen. Joden mogen geen vrije beroepen meer uitoefenen. Alle joodse ambtenaren worden ontslagen. Joodse kinderen moeten van school af.Wat blijft er aan vrijheid over? Toch zijn er relatief weinigen die er voor kiezen Duitsland te verlaten. Erger zal het toch niet worden? Toch wel.

Poolse Joden in Duitsland verliezen hun paspoort. Stateloos geworden wijst Duitsland ze uit. Terug naar Polen die op haar beurt de grenzen sluit.

Inmiddels woont Herschel Grynspan, een Joodse jongen van 17, illegaal in Parijs. Zijn ouders, stateloos, verkeren in ellendige omstandigheden in het niemandsland tussen Duitsland en Polen. Gefrustreerd doodt hij een Duitse diplomaat. Aanleiding voor de Duitse overheid om op 8 en 9 november 1938 een pogrom te ontketenen ; de Kristallnacht , waarin in heel Duitsland joodse huizen, winkels en synagogen aangevallen en vernield worden. Zo’n 26 duizend Joden worden in concentratiekampen gezet en tientallen Joden worden vermoord.

Zo is inperking van bestaansmogelijkheden sluipenderwijs omgezet in regelrechte levensbedreiging. Men stond er bij en keek er naar. Maar zag het niet. Ook Nederland keek er naar toen men eerder dat jaar de grenzen sloot voor vluchtelingen. Bij gratie mochten er na de Kristallnacht nog 2000 kinderen binnenkomen. Absoluut niet meer. De laatste trein met kinderen is teruggestuurd. Vol is vol.

Hartverscheurende tafrelen hebben zich toen in Limburg afgespeeld. Kinderen sprongen uit de trein en renden naar wachtende familieleden. Anderen gingen zwerven en werden opgespoord door de gewaarschuwde Truus Wijsmuller die al bezig was dit soort kinderen naar Engeland door te sturen.

De joodse bevolking zit als ratten in de val. Zou je nog weg kunnen komen, dan is er bijna geen land meer ter wereld die je wil opnemen. De holocaust kan beginnen en wordt behalve in Duitsland ook in de bezette landen op bureaucratische wijze opgezet, waarbij ook de joden zelf worden ingeschakeld via zgn. joodse raden.

Onze gemeente had heel weinig ervaring met joodse medeburgers. Er was alleen vanaf 1934 het Joods Werkdorp in de Wieringermeer, ver weg, bij de brug naar de Wieringerwaard. Dit dorp, eigenlijk een internaat met 200 plaatsen, is opgezet door de Nederlandse joodse gemeenschap, bedoeld voor vluchtelingen tussen 18 tot 25 jaar. In twee jaar tijd werden ze opgeleid voor emigratie.

In de loop van 1939 is het werkdorp overvol geraakt met nog eens zo’n 100 leerlingen, de meesten tussen de 14 en 16 jaar! Zij kwamen met de kindertransporten. Er is ongetwijfeld heimwee geweest, maar het leven was daar goed vergeleken bij wat ze achterlieten.

De bezetting kwam en daarmee in 1941 de ontruiming. Uiteindelijk hebben een kleine 200 van de toenmalige  300 bewoners de holocaust niet overleefd. Elk met zijn eigen verhaal, teveel om te onthouden.

Tussen 1933 en voorjaar 1945 zijn er 5,7 miljoen Joden en enkele honderdduizenden Roma en Sinti in Europa omgebracht, waaronder meer dan 100.000 Nederlanders. Doodgewerkt, verhongerd, bij duizenden doodgeschoten in de bossen en ravijnen in Oost Europa, opgehangen, vergast in vrachtwagens waarvan de uitlaatpijp uitkwam in de afgesloten laadruimte, slachtoffer geworden van medische experimenten en vergast in diverse vernietigingskampen, wanneer ze de reis al overleefden.

6  miljoen maal een eigen verhaal, te veel om te onthouden. Vergeet het maar.

Toch willen we de holocaust herdenken en niet vergeten.

Waar het denk ik om draait is wat mijn overleden vriend Kees Klein, cantor van de Michaelskerk in Oosterland, eens zei :

''al lees je er duizend boeken over, volg je alle tv series over de holocaust en ga je op bezoek in Auschwitz; je blijft altijd toeschouwer in plaats van deelnemer''.

Dat is maar goed ook want anders wordt je levenslang achtervolgd door die verschrikkelijke ervaringen.

Tegelijkertijd is het een angstig idee dat steeds meer mensen wel zeggen: ‘dat mag nooit meer gebeuren’, terwijl ze het niet ècht kunnen voelen wat die woorden betekenen. We hebben het verhaal maar tweedehands en dat is gevaarlijk.

Wie het ook gevaarlijk vond was Gert Laske een overlevende uit het werkdorp en bevrijd in Westerbork. Hij zei op de reunie in 1981:

''Fascisme is geen ding op zichzelf, het is een eigenschap. Alles wat is geweest, kan morgen weer realiteit zijn''.

En dat zal alleen maar zijn omdat we niet in staat zijn om af te remmen als dat nodig is. Wìj hebben een les geleerd. Het verzet moet beginnen voor het te laat is.

In 1930 verruilde Einstein Duitsland voor de VS. Hij zei:

''De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen. Niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen”.

Stof tot nadenken

De dader is schuldig, maar hoe zit het met hen die hem niet afgeremd hebben?  Als toeschouwers toeschouwers blijven omdat zij geen les geleerd hebben zoals Gert Laske ?

Kunnen wij nog een les trekken uit het delen van een tweedehandservaring van iemand die Auschwitz of een ander kamp ‘heeft gedaan’ zoals overlevenden er onder elkaar weleens over spraken? We kunnen het proberen.

Ik gebruik daarvoor allereerst een gedicht van Bert Voeten, uit begin 50er jaren, over de deportatie.

Er rijdt door mijn hoofd een trein vol joden,
ik leg het verleden
als een wissel om en ik tel
de veewagons met de grendels;
vijftig wagons, in elke
wagon vijftig mensen.
Men ligt geklemd tussen ledematen
men is drager of gedragene
gevangen in elkander
in het duister van de wagon.
In het duister zonder water,
zonder lucht , zonder hoop
het is twaalfhonderd kilometer naar Sobibor- ik heb het
op een avond uitgerekend
met een kaart van  Europa voor me.
zij wisten het niet, zij wisten
alleen dat hun wervels kneusden tegen de baddings, hun tong zwol als een blaar, hun ogen schrijnden,
hun voeten dood in hun schoenen staken;
zij leerden dat men na twee, drie dagen
zijn water laat lopen, zijn nagels gebruikt om ruimte te krijgen wanneer men ligt op het harde lichaam van een gestikte.
Niemand wist meer van gisteren, van het witte tafellaken op vrijdagavond, de lichtjes van chànoekah; niemand wist nog van morgen, van de ontkleding,
De betegelde douchelokalen
De sproeidoppen zonder water
Het oog dat hen gade zou slaan
Men kende alleen het nu
van de houten kooi, van het donker,
Het nu van de waanzin die komt.
Met mondschuim en gillen, het nu van de wereld buiten; een halte In Nieder Lausitz, de geur van
Uiensoep en Schweinsbraten
Het kletteren van vers water
Laarzen op grint, een stem uit een ijzeren keel en beukend tegen het wandbeschot
de grondplaat van een geweer.
“ze hadden ze allemáál
In de gaskamer moeten stoppen”
heeft onlangs iemand gezegd in een trein in de buurt van Assen.
Een koopman was het, hij zat In een 3e klas rookcoupé
Met een al te hete verwarming
Het raampje moest er bij open.
Er reed een andere trein door mijn hoofd toen ik dit las,
Een trein vol joden. Ik telde
de veewagons met de grendels. Vijftig wagons,
in elke wagon vijftig mensen.
Gevangenen van elkander
in de duistere houten kooi.
In de waanzin van deze wereld.

Een andere overlevende, Elie Wiesel, schrijver en Nobelprijswinnaar heeft Auschwitz en Buchenwald gedaan. Hij was 15. Hij verliest er dag één zijn 8 jarig jongste en lievelings- zusje en zijn moeder. Later zijn vader. Hij beschrijft een gesprek wat hij in gedachten had met zijn zusje Tzipora, vogeltje,jiddish Feigele.

Twee gedeeltes er uit:

Feigele zegt: Ik beklaag je.
Elie, Waarom dan wel?
Jij staat overal buiten. En jij bent alleen. Ik hoor erbij. En ik ben niet alleen. Ja, ik beklaag je echt.
Wat moet je gaan doen, hoe zal je zonder ons verder kunnen leven?
Ik zal grootvader weer zien; ik mag weer op zijn knie zitten en hij zal chassidische liedjes voor me zingen. En ik zal grootmoeder weer zien en zij zal mij zegenen, zoals zij mij vrijdagsmiddags zegende voordat de Sabbat aanbrak. Ik zal weer bij iedereen zijn waar wij zo van hielden. Maar jij moet ver weg blijven… ach arme jij. Ik beklaag je zo.
Jij bent lief, mijn zusje
En nog iets
Wat dan?
Zal je vertellen dat je zusje je zomaar verlaten heeft, zonder je vaarwel te kussen, zonder je goede reis te wensen? En dat ’t haar schuld niet was?
Het was jouw schuld niet
Maar van wie dan wel?
Daar zal ik nog wel achter komen. En dan zal ik het zeggen. Dat zweer ik je, zusje. Ik zal het weten te zeggen.

Marieke Roos leest gedicht voor

Speech burgemeester

Burgemeester Van Dam

De Tweede Wereldoorlog heeft zijn sporen achtergelaten. Onuitwisbare sporen. En het heeft vele verhalen opgeleverd, die ook nog vele generaties verteld zullen worden. Maar het zal voor de huidige generaties lastig zijn om het echte effect van een oorlog te voelen, te beleven.

Om te ervaren wat een onveilig omgeving, een permanente bedreiging met je doet. Wie is te vertrouwen? Wie is trouw aan de bezetter, wie gaat in het verzet? En bij wie weet je niet precies waar je aan toe bent? Dat permanente gevoel van onveiligheid, de noodzaak om permanent alert te blijven: dat gevoel kennen we gelukkig niet meer.

Vandaag is het precies vijfenzeventig jaar geleden dat concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz, hét internationale symbool van de Holocaust, werd bevrijd. Om stil te staan bij de Nederlandse Holocaustslachtoffers is het tijdelijke lichtmonument LEVENSLICHT ontworpen door Studio Roosegaarde.

Doel van dit lichtmonument is het bewustzijn te vergroten dat in heel Nederland Joden, Roma en Sinti woonden en dat de mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vervolgd, gedeporteerd en vermoord, plaatsgenoten of buren waren.

Zowel in de Joodse herdenkingstraditie als in de Roma- en Sinti-cultuur zijn stenen belangrijk. Kunstenaar Daan Roosegaarde en zijn team hebben deze traditie als inspiratie gebruikt. Met in totaal 104.000 lichtgevende stenen - gelijk aan het aantal slachtoffers uit Nederland - staat het kunstwerk symbool voor de impact van de Holo­caust. De stenen zijn verdeeld over de verschillende gemeenten waar Joden, Roma en Sinti woonden, hun leven leefden; soms al generaties lang. Ook uit Hollands Kroon zijn zij tijdens de Tweede Wereldoorlog weggerukt en vermoord.

Om de paar seconden zie je de stenen oplichten en weer uitdoven, als een ademhaling in licht. Daarmee symboliseren ze het leven dat nu in de gemeente gemist wordt.

Laten we daar even bij stil staan.